Levenskracht
Reis Somaliland
Zodra de zon op is, komt Gumburu Xangeyo tot leven. Ik heb de nacht doorgebracht in een hut in het dorp. Buiten slapen mocht niet van de bewakers. Te veel risico’s op een kidnapping, beweren ze. En er lopen ook hyena’s rond. Waarom slaapt hij zelf dan we
Vandaag zal in Gumburu Xangeyo een voedseldistributie plaatsvinden voor ernstig ondervoede kinderen. Midden in het dorp staat een grote boom. Een prima plek voor het distributieteam om hun tafels en stoelen uit te stallen. Vanaf 7 uur 's morgens staan moeders met hun kinderen in de rij. De kleinste kinderen hangen in draagzakken op hun rug, de wat oudere kinderen lopen zelf. Sommige kinderen zijn zo verzwakt zijn dat ze niet meer lopen kunnen. Zij worden gedragen door familieleden.
Wie in deze wereld heeft ooit van Gumburu Xangeyo gehoord. Een dorp, ver weggestopt in het Oosten van Somaliland. Verstoken van medische zorg, onderwijs en iedereen in het dorp moet keihard vechten tegen droogte, armoede en ziekte. De mensen vertellen me hoe ze vroeger schapen en geiten hadden. Dat leverde melk, vlees en geld op. Maar inmiddels zijn alle dieren doodgegaan. Te weinig water. En als iemand in het dorp ziek wordt, kan men allen maar hopen men dat God genezing zal geven. Een dokter of een kliniek is er niet. Door de droogte zijn veel mensen al overleden. De dorpelingen vertellen hoe de laatste tijd ook veel kinderen aan de hongersnood zijn gestorven. Ze liggen net buiten het dorp begraven.
En ondanks al die ellende zijn de mensen optimistisch. Ze lachen met elkaar, zijn enorm vriendelijk voor deze buitenlandse bezoekers en willen graag hun verhaal doen. Ik zie het en het maakt me stil. Volop ellende en toch zo veel levenskracht.
Een man brengt zijn zevenjarige dochter naar de boom. Ze is gehandicapt en heeft nooit kunnen lopen. In een soort foetushouding ligt ze in de armen van haar vader. Daarbij is ze volledig uitgehongerd. De gewrichten in haar armen en benen steken knokig naar buiten. Verder is het niets meer dan vel over been. De verpleegkundige van het team vraagt waarom ze het kind nooit naar een ziekenhuis gebracht hebben. Met goede fysiotherapie zou het kind nu op z'n minst redelijk moeten kunnen lopen.
De vader kijkt bijna verwijtend. Hij gooit zijn armen in de lucht en zegt dat hij nog niet eens genoeg geld heeft om zijn familie eten te geven. Om naar een ziekenhuis in de stad te gaan is al helemaal geen optie. Te ver en veel te duur. De verpleegkundige belooft dat er volgende week een auto komt om het kind naar het ziekenhuis in Burao over te brengen. De vader is blij en ook de andere dorpelingen die eromheen staan knikken instemmend. De oma van de kind zal mee gaan om bij het kind te blijven, zo besluiten ze ter plekke.
Alle ondervoede kinderen krijgen ‘plumpy nut'. Dat is een kleverig goedje waar enorm veel goede voedingstoffen in zitten. Het is verpakt in 1-persoonsporties. De bedoeling is dat kinderen iedere dag 3 zakjes plumpy nut eten. Dat, samen met wat water, is voldoende voor een hele dag. Plumpy nut smaakt naar een soort pindakaas. Voor kinderen is het een ware lekkernij. Zodra ze een zakje krijgen persen ze de inhoud stukje bij beetje uit en eten het op.
Om een uur of 12 is de distributie afgelopen. Verspreid door het dorp zie ik overal moeders met kinderen die aan de plumpy zitten. Een moeder vertelt me: ‘Vorige week waren mijn twee kinderen zwak en ziek. Ze sliepen veel en waren heel lui en sloom. Sinds vorige week delen jullie eten uit. En kijk eens hoe ze er nu bij lopen. Ik heb ze al heel lang niet zo actief gezien.'